Karakters bouwen

Een bijzonder, interessant karakter is een sleutelelement van een goede toneelscène. Voor veel beginnende spelers is het moeilijk om zo’n karakter of “typetje” vorm te geven. Er zijn veel oefeningen waarmee spelers dit kunnen aanleren. Dit is één van de meest toegankelijke.

Deze oefening wordt begeleid door een docent of vrijwilligers. Het kan best in een grote, open ruimte worden gedaan. De spelers lopen rond in de ruimte – in rechte lijnen van muur tot muur. Die beweging zorgt er voor dat ze zich kunnen concentreren op hun toneelspel en op de bewegingen en houdingen van hun karakter.

De spelers lopen in het begin zo neutraal mogelijk – dus zoals ze in het dagelijks leven door hun huis lopen. Stuk voor stuk stelt de docent ze telkens vragen over de eigenschappen van hun karakter. De keuzes over hun karakter die ze maken, verwerken de spelers direct in hoe hun karakter loopt. De docent kan onder andere de volgende vragen stellen:

  • Heeft je karakter een hoge of een lage status (dus: veel of weinig zelfvertrouwen)? Hoe zie je dat aan de stand van zijn hoofd, of hij rechtop loopt of niet, en hoe hij de andere spelers aankijkt?
  • Loopt je karakter snel, normaal of langzaam?
  • Heeft je karakter een krachtige, marcherende, machinale tred? Of loopt hij slungelig, wankelend of struikelend?
  • Wat doet je karakter tijdens het lopen met zijn of haar handen? Houdt hij die strak tegen het lichaam, zwaait hij ze heen en weer, of wrijft hij ze langs elkaar?
  • Hoe praat je karakter? Probeer uit welke intonatie, stemvolume en manier van spreken bij jouw karakter past. Probeer meerdere dingen uit.
  • Hoe groet je karakter andere mensen? Probeer het uit als je een tegenspeler passeert. Groet hij beleefd of in volkstaal? Vriendelijk of kortaf? Hoe kijkt en gebaart hij daarbij naar de andere persoon.
  • Hoe loopt je karakter als hij haast heeft / alle tijd van de wereld heeft? Oefen beurtelings daarmee. Hoe verandert zijn pas, zijn snelheid, zijn gedrag?
  • Hoe loopt je karakter bij een bepaalde emotie? Hoe loopt hij als hij blij / boos / bang / verdrietig is?
  • Tenslotte kan je de spelers uitnodigen om een naam voor hun karakter te verzinnen, en hun karakter één voor één met een stukje improvisatie aan de anderen te tonen. Daarbij moeten de bovenstaande verzamelde eigenschappen tot uitdrukking komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *